Historishe werf Zorg en Vlijt

Historie

Eerste scheepshellingen op de slikken, 1334
Scheepsbouw is in Maassluis door de eeuwen heen een belangrijke industrie geweest. De geschiedenis van de scheepsbouw in Maassluis begint al in de 14e eeuw. Het is bijna zeker dat het vissers waren die na het gereedkomen van de sluizen in 1334 hier neerstreken en een bestaan opbouwden. Al in 1365 begonnen zij met het aanleggen van een havendam bij de Wateringse Sluis, het begin van de kade die nu Haven heet. Hun scheepjes zetten ze van tijd tot tijd droog op de slikken en banken naast de zeewering en naast de havendam. Tussen twee hoogwaters konden dan de noodzakelijke reparaties en onderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd. Voor grotere reparaties, waarvoor meer tijd nodig was, moest het vaartuig hoger op de slikken getrokken worden. En om het er daarna weer af te krijgen zal een soort helling nodig zijn geweest. Zo ontstond een scheepstimmerwerf waar ook nieuwe schepen konden worden gebouwd.

Vetgoothelling en wagenhelling
De scheepstimmerlieden werkten voortdurend aan verbetering van de hellingen. Men vond de vetgoothelling uit, die in de 19e eeuw werd vervangen door de wagenhelling. Voor nieuwbouw van zeeschepen worden ook nu nog vetgoothellingen gebruikt, zelfs voor zeer grote schepen. Maar voor het ‘hellingen’ van vissersschepen, binnenvaartschepen en havensleepboten is een wagenhelling, waarmee de schepen uit het water gehaald en weer te water gelaten kunnen worden, de aangewezen methode.

Hellingen aan de haven, 1598
In 1598 kregen de Gecommitteerden der Visserij toestemming van Delfland om een mastkraan te plaatsen ‘op de gemeene Landtscaede aan de Zuytzyde van de Maeslander haeven westwaerts van de scheepmaeckershellingen’.Aan de ‘havenkade’ waren dus in 1598 al scheepshellingen, want de kraan moest aan de zuidzijde, westwaarts van de hellingen worden geplaatst. Tot op heden weten we geen bijzonderheden over deze werven. Een dergelijke kraan was nodig om de masten in de schepen te plaatsen en er weer uit te halen, bijvoorbeeld voor reparatie. De kosten om een dergelijke kraan aan te schaffen waren te hoog voor één werf en bovendien had men de kraan niet dagelijks nodig, zodat een gemeenschappelijke kraan voldoende was. De hellingen aan de zijde van de haven zijn reeds lang verdwenen, we weten ook niet de precieze locatie.

Scheepswerven op het Schanseiland, 1614
Na de definitieve afscheiding van Maasland in 1614 groeide de haringvloot gestaag. Een grote vlucht nam ook de vaart op gezouten vis. Er werden zoveel hoekers gebouwd dat men werfruimte te kort kwam. Scheepstimmerman Cornelis Ariensz. van der Burch mocht zelfs een hoeker op de dijk bouwen. In 1611 krijgen twee Maassluise scheepmakers toestemming van het hoogheemraadschap van Delfland hun werven te vergroten tot ‘beter geryff van de aenwassende neringhe van de visscherije aldaer’.
Veel werven waren inmiddels tot ontwikkeling gekomen op het Schanseiland. In 1614 werd daarom opnieuw toestemming gegeven voor het plaatsen van een kraan, ditmaal tussen ‘de noortspeye en de schanspoorte’. Dus op de huidige Marnixkade, dichterbij deze werven.

Scheepsbouwers 17e eeuw
Wie de scheepsbouwers van het eerste uur waren weten we niet precies, maar na 1618 is hierover meer bekend. Zo kennen we de volgende namen.
Leendert Pieterse vander Werven, 1618-1699.
Arijen Hertochz Hoochwerf, overleden 1654.
Aldert van Bodegom, 1650-1693.
Pieter Leendertsz van der Werven sgeepmaker, overleden 1639.
Symon Claesz Abbenbroeck, 1611-1695.
We hebben nog niet gevonden waar hun werven precies waren, noch of zij naast buizen en hoekers ook andere schepen bouwden.

Scheepsbouwers 18e en 19e eeuw
Meer weten van de volgende scheepsbouwers en werven.
Scheepstimmermanbaas Leendert Steur (1742-1818) had zijn werf op de noordpunt van het Schanseiland. Zijn werf heette vermoedelijk ‘Welvaren’. Het bootschip (boetscepe) Maria & Adriana is mogelijk in1779 op deze werf gebouwd. In 1816 werd er de vishoeker ‘De Jonge Adrianus’ voor eigen rekening gebouwd.
In 1818 verkocht Leendert Steur de werf aan Ewout van der Hoog. Die had zijn werven in Willemstad verkocht omdat hij in die stad niet verder kon uitbreiden. Hij ging in het huis naast de werf wonen. Ewout was een zeer vermogend man; al spoedig was hij eigenaar van een groot gedeelte van het kerkeiland en omgeving. Hij kocht ook de hellingen aan de zuidzijde van het Hellinggat van zijn drie naaste concurrenten op. Hij verenigde de drie werven onder de naam ‘Hollands Trouw’. Er werden hoofdzakelijk buizen, hoekers en sloepen gebouwd en gerepareerd. Ewout bouwde ook barken voor de vaart op Indië.
In 1854 kocht Richter Uitdenbogaardt de werf. Hij bouwde loggers, kotters, rinkelaars, fregatten en het klipperfregat ‘Gijsbertus Hermanus’. In 1871 werd de naam van de werf veranderd in ‘Frederiksoord’ en in 1921 in ”s Lands Welvaren’. Van 1921 tot 1926 was de werf in handen van een scheepssloperij.
Het is de werf die nu van De Haas is.

Scheepsbouwers De Haas
In 1869 kwam scheepsbouwer Hendrik de Haas uit Wateringen naar Maassluis. Hij had bekendheid als goed vakman en ging werken op de werf van Willem Firet aan de Baansloot. Deze binnendijkse werf hield zich hoofdzakelijk bezig met het repareren van Westlanders. In 1879 begon Henk de Haas een werf, Scheepmakerij H. de Haas “Zorg en Vlijt”, op de westhoek van het Schanseiland, aan de Olivierstraat, waar nu nog twee wagenhellingen zijn.

De werf begon met een vetgoothelling. In 1884 volgde een tweede en in 1898 een derde vetgoothelling. Het hellingen ging met handkracht. Later werd een stoomketel geplaatst zodat een stoomlier het werk kon overnemen. Thans gaat dit allemaal elektrisch. De sleephellingen werden een voor een vervangen door wagenhellingen. Henk werd in 1899 opgevolgd door zoon Piet die in 1921 het roer overgaf aan zoon Henk. De werf adverteerde in 1924 als ‘Gebr. De Haas – Maassluis’. Henk de Haas kocht in 1929 de werf ”s Lands Welvaren’ (aan de zuidzijde van het Hellinggat) en bracht al zijn werven onder de naam ‘Zorg en Vlijt’. Dit blijkt uit een advertentie van 1932.

De in 1868 door A.E. Maas opgerichte werf ‘De Toekomst’, met twee hellingen ten westen van de kerktoren, werd in 1894 verkocht aan A.J. v.d. Paauw. De naam veranderde in ‘Volharding’. In 1911 kocht de heer Parre deze werf en in 1932 nam Henk de Haas ook deze werf over. Vanaf dat moment was hij de enige scheepsbouwer in Maassluis in bezit van alle werven.

Henk de Haas loodste de werf door de crisisjaren en vervolgens door de Tweede Wereldoorlog en bracht de werf daarna weer tot bloei. Hij overleed in 1963 waarna zoon Piet het werk van zijn voorvaderen voortzette. Vanaf 1986 heeft Govert de Haas, de vijfde generatie, het roer in handen van wat vier generaties scheepsbouwers De Haas tot stand hebben gebracht. Onder de naam ‘De Haas Maassluis bv’ heeft hij het bedrijf gemoderniseerd en verder tot bloei gebracht.

Historische Scheepswerf ‘Zorg en Vlijt’
De hellingen aan de Olivierstraat worden al geruime tijd niet gebruikt. Omdat dit industrieel erfgoed niet verloren mag gaan is de Stichting Historische Scheepswerf Zorg en Vlijt opgericht die zich ten doel heeft gesteld om de hellingen voor het nageslacht te behouden.

HVM december 2014

“A.J. van der Paauw kocht in 1894 de werf De Toekomst van A.E Maas die er vanaf 1869 zijn Maaskotters had gebouwd. Van der Paauw veranderde de naam in ‘Volharding’. De gegevens waarover de HVM beschikt maken melding van de bouw van twee loggers voor rekening van Haasnoot en Poortman. Ongetwijfeld zullen er meer schepen gebouwd zijn. A.J. van der Paauw was van 1902 tot 1910 ook reder van twee schepen, MA 25 Claerhout en MA 26 Rhijnlust. Het is niet bekend of hij die schepen zelf heeft gebouwd of laten bouwen dan wel dat hij beide schepen van een andere reder heeft gekocht.”